De elektrificatie van het wagenpark gaat door. Vanaf 2026 geldt voor nieuwe elektrische auto's een standaard bijtelling van 22 procent over de volledige cataloguswaarde, waardoor het fiscale voordeel voor zakelijke rijders sterk afneemt.
Toch zetten autofabrikanten massaal in op EV, en de vloot elektrische auto’s groeit, zij het minder snel dan enkele jaren terug werd voorspeld.
Voor werkplaatsen betekent dit een geleidelijke maar zekere verschuiving in het werkaanbod. En die verschuiving vraagt om aanpassing, niet alleen in vakkennis en gereedschap, maar ook in de manier van plannen.
De belofte van lagere onderhoudskosten voor EV's klopt voor een deel. Elektrische aandrijflijnen hebben minder bewegende onderdelen, geen uitlaatsysteem, geen distributieriem. Maar het beeld dat EV's nauwelijks de werkplaats in hoeven, is te simpel. Banden slijten sneller door het hogere gewicht en de directe tractie. Remmen worden minder gebruikt (regeneratief remmen neemt een deel over), maar moeten periodiek gereinigd worden. En als er iets mis gaat, vaak in de software of het accupakket, dan zijn de kosten fors en de reparatietijd lang.
Operationeel directeur Mark Feddes van MHC Mobility signaleerde in februari 2026 in Aftersales Magazine dat als er iets stuk gaat aan een EV, de kosten aanzienlijk zijn, en dat softwareissues en leveringsproblemen van onderdelen ervoor zorgen dat auto's langer stilstaan en de kosten voor vervangend vervoer oplopen.
Voor werkplaatsen die gewend zijn te plannen op basis van standaard klusduur per type werk, introduceert de EV nieuwe complexiteit. Diagnose van een EV, zeker bij softwareproblemen of accukwesties, is minder goed te voorspellen in tijd. Een werkplaats die een EV-klus op dezelfde manier inplant als een reguliere onderhoudsbeurt, loopt het risico de hefbrug urenlang te blokkeren of de klant verkeerde verwachtingen te geven.
Daarnaast speelt de beschikbaarheid van gecertificeerde monteurs een rol. EV-onderhoud en -diagnose vereist specifieke kwalificaties (HV-veiligheid, software-tools). In een werkplaats met twee gecertificeerde EV-monteurs op een team van acht, is het cruciaal dat die kennis meespeelt in de planningslogica, anders wordt een EV-klus ingepland op een moment dat de juiste monteur niet beschikbaar is.
Een onderschat effect van de langere stilstandtijd van EV's is de druk op de leenautofleet. Als een EV gemiddeld langer in de werkplaats staat dan een ICE-voertuig, heb je per saldo meer vervangende mobiliteit nodig. Werkplaatsen die hun vervangend vervoer niet integreren in of koppelen aan de planningssoftware, lopen tegen capaciteitsconflicten aan: de klant wil een leenauto, maar die is bezet omdat de planning geen rekening hield met de langere werkplaatsduur van de vorige EV-klus.
Experts in de branche zijn het erover eens: de eerste meetbare effecten van de EV-transitie voor universele autobedrijven worden verwacht in de periode 2026-2028 (Aftersales Magazine). Wie nu zijn planningsprocessen aanpast aan EV-specifieke werktijden, monteursspecialisaties en leenautobeheer, bouwt een voorsprong op die over twee jaar voelbaar is in klanttevredenheid en werkplaatsrendement.
Terug naar het overzicht